slok(je)(frans)
ondertaal
nt tussen, r-r
slok, teug-gorgée (frans)
chenc-te-chech-chroch
ging te zich grog/kroes
een grog nemen, uit een kroes drinken
kroesie-kroesje
verg: strot en gorgelen, grog en roddelen, woord (noors), frog (eng.), drop, tolk, slok, borrelen, bron
© 2005-2013 TexelSites