A-aac
alg
aac
chach: keuze uit: haak, kaag, zaak, kaas, kaak, kak, zag, zaag, en deel: zach(t), sas, kas(t), schach(t) en: gezag
zie hier kolom intertaal
sachs-allicht
er zijn hier andere oplossingen mogelijk, maar vergelijk altijd de boventaal- en ondertaaloplossingen voor een totaalbeeld
© 2005-2013 TexelSites