plein
boventaal
p-b-bi, nt tussen
bi-chlenc-te-chinch
bij klink/lijn te schijn/heen
binnen een bep. lijn
lientje-lijntje
latijn: pleƱus-verzadigd, volledig, plena: vol (gratia plena - vol van genade), zie plenair, verg. plein
© 2005-2013 TexelSites