de sneeuw van de Alpen, het water uit de lucht en de zee weerspiegelt geeft allemaal woorden met para bedoeld als "in de spiegel kijken", jezelf tegenkomen. Hieruit is de (foutieve) gedachte ontstaan dat para "tegen" betekent. Het is dus afspiegeling of spiegelschrift of nog beter: weerspiegeling. Alles heeft zijn keerzijde. Hierop berust ook het hele idee van boven-en ondertaal