monnikskap (15e eeuw)
ondertaal
n-in, nt tusssen, r-r
monnikskap-capruyn
in-chynch-te-chul-bi-chach
in ging, inzink te geul/hul bij schacht/zak
inzinken in een zak, gehuld zijn
hul-muts
verg: strot en gorgelen, grog en roddelen, woord (noors), frog (eng.), gorge (frans), drop, tolk, slok
© 2005-2013 TexelSites