mobiel (lat.)
ondertaal
l-l, nt tussen, m-mee
beweeglijk, beweegbaar-mobiel (lat.)
chlenc-te-chib-choch-mee
klink te geef/hef hoog/schok/zoek mee
klint alsof het omhoog gaat, schokt
huppe-huppelen
verg: debiel, mobiel, labiel (het gedeelte "biel"betekent achtereenvolgens: bij geheel, kleef (aaneenklevend), lijf, reik/rijg bij (bereik, aaneengeregen).
© 2005-2013 TexelSites