manziek (grieks)
boventaal
nt tussen
manziek-hysterisch (grieks)
chych-s-te-chech-chrinc-te-chech
geefs te zich kring/grens te eigen
begeeft zichzelf op de grens
grèèns-grens
vooral bij vrouwen en staat in verband met de baarmoeder (hysteritus = ontsteking v.d.baarmoeder) (en blaas bijv. als daar een breuk is ontstaan). Hysterisch ook: manziek
© 2005-2013 TexelSites