majesteit
boventaal
m-mee, j-ch, s-sieg, nt tussen
mee-chach-chech-s-te-chenc-te-chich-t
met (ge)zag eigen trek te ging te eigen
met eigen gezag
foor 't sèègge hèèwwe-de baas zijn
helaas maken de grondregels voor het afbreken van woorden in het Nederlands de inzichtelijkheid in betekenis van het woorden er niet beter op: wat moeten we met ma-je-steit (zie alle woorden met majesteit)
© 2005-2013 TexelSites