knikken (14e eeuw)
boventaal
z-sc
knikken-necte 14e eeuw
chnech-te-chech
knik, neig te zich
knikt van zichzelf
hinke-hinken
boek: knikkebollen, verg: woord Knickebocker dat staat voor New Yorker van Hollandse afkomst (de wijde pofbroeken van de inw. van Nieuw Amsterdam het latere New York)
© 2005-2013 TexelSites