keer.
ondertaal
r-r, nt tussen
keer
chrenc-te-chech
kring/grens te eigen/schei(den)
de eigen grens of kring verdubbelen of delen
dubbeld-dubbel
zie de synoniemen: streek, keer en greep en de gelijkenis met tal, getal en slag en haal, nogmaals (maal)
© 2005-2013 TexelSites