kalkoen
ondertaal
l-l
chnuch-chlach
hoen dat lacht/klaagt
hoen dat klaagt of lachend geleid maakt
kallekal-roep van kalkoen
zie: calt (14e eeuw) en Limburgs dialect: kallen - praten, spreken, verg: raaskallen
© 2005-2013 TexelSites