hoer (15e eeuw)
boventaal
s-sieg, nt tussen
hoer-schuek (15e eeuw)
s-chunc-te-chech
trek zonk te zich
gezonken persoon
sonke-gezonken
verg: prostituee, hoer, schoeke, schueck, schuek en scheuck, pute (16e eeuw) Zie ook: huek, hoekijn
© 2005-2013 TexelSites